Mensen bewegen, reageren op hun omgeving, richten zich op en moeten evenwicht bewaren.

Ze hebben eigen, specifieke kenmerken.

 

 



Behandelwijze

 

  • Je kunt niet MEER bewegen dan het gewricht kan. Daarmee is de omvang van de bewegingsimpuls vastgelegd.
  • Je kunt niet VERDER bewegen dan het gewricht kan. Daarmee is de kracht van de behandelimpuls vastgelegd.
  • Je kunt niet ANDERS bewegen dan het gewricht kan. Daarmee is de richting van de bewegingsimpuls vastgelegd.

FUNCTIONALITEIT

Storingen worden verschillend benoemd. Er wordt in de arthropraxie niet gewerkt met begrippen als blokkering, vastzitten, inklemmen en wat voor fraais er rondgaat. Er is gekozen voor het begrip "functionaliteit", hetgeen kan worden omschreven als het resultaat van een keuze uit bestaande functiemogelijklheden in individuele segmenten, die leidt tot de gewenste beweging in de totale keten.

"Dysfunctionaliteit" is de beperking van die keuze.

De normering van dysfunctionaliteit hoort thuis bij de patiënt. Hij of zij bepaalt veranderingen in gunstige of ongunstige zin. Deze patiëntennormering heeft altijd betrekking op de functionaliteit van de keten.

De patiënt beoordeelt dat in subjectieve zin en als hij mans genoeg wordt geacht om te mogen komen klagen, is hij ook mans genoeg om zijn verbetering of het uitblijven daarvan op te merken.

Het precieze individuele functieverschil dient te worden opgespoord door de arthropractor. Die opsporing door middel van onderzoek is noodzakelijk momentaan (op het moment dat de patiënt zich presenteert) en uiterst individueel gericht. Iedere keer dient die onderzoeksbenadering te worden gehanteerd, omdat de dysfunctie patronen verandert. Voorspellingen t.a.v. menselijk bewegen zijn in deze volkomen onbetrouwbaar, evenals rekenkundige kaders waarin menselijk functioneren wordt gepropt. Wanneer bij onderzoek fenomenen tegelijkertijd voorkomen is eenvoudige "pilot study" voldoende om de onbetrouwbaarheid meestal aan te tonen. Je herkent wat je kent.

DEFINITIE ARTHROPRAXIE

  • De analyse van functiestoornissen van het individuele bewegingssysteem met acceptatie van asymmetrie van vorm en de daarmee samenhangende individuele voorkeur voor functie.
  • De arthrogene mechanismen van het individuele bewegingssysteem worden benaderd en beschouwd in hun segmentale samenhang van biomechanische principes.
  • De hieruit voorvloeiende behandeling wordt gekenmerkt door handgrepen aan botstukken, die bestaan uit drie-dimensionale bewegingsimpulsen, welke binnen natuurlijke grenzenvan arthrogene mechanismen mogelijk zijn.
  • De voornoemde bewegingsimpulsen hebben een uitsluitend sturend karakter, zijn afhankelijk van geconstateerde functiestoornissen en de configuratie van de betreffende gewrichtsoppervlakken.
  • Het doel van de behandeling is om binnen een van te voren afgesproken gelimiteerd aantal optredens, langs bewegingsmechanische weg, functiestoornissen op te heffen of te reduceren.